Thursday, September 1, 2011

Biografie Andreas Miebies

Andreas Miebies (Den Haag, 7 april 1883) is de jongste zoon van Johannes Frederikus Miebies (1843-1919) en Wilhelmina Hoksteen (1842-1917). Het echtpaar krijgt in totaal vier jongens en een meisje. Zijn vader is apothe-kersbediende (bij een apotheek op de Prinsengracht hoek Grote Markt in Den Haag), het zal dus thuis geen vetpot zijn geweest. Later komt er een winkel in manufacturen. Het jonge gezin woont aan de toenmalige rand van de Haagse bebouwde kom, nu midden in de stad, aan de Hoefkade, in de Jan Steenstraat en de Rembrandtstraat. Later trekken ze meer naar het westen van de stad, naar de De Gheijnstraat en de Regentesselaan. Die laatste twee adressen bevonden zich al in een wat "betere buurt".

Andreas trouwt in Den Haag op 15 augustus 1913 op 30-jarige leeftijd met de 33-jarige handwerkonderwijzeres der 1e klasse Lena Bakker (Heenvliet 18-10-1880 - 's-Gravenhage 31-12-1958). Ze krijgen vier kinderen, drie jongens en een meisje. De huwelijksreis gaat helemaal naar Valkenburg (L).
Een overvloed aan beschikbare huurhuizen zorgt er in de periode na de Eerste Wereldoorlog voor dat mensen met enige regelmaat ver-huizen. Andreas en zijn familie vormen daarop geen uitzondering. Huisbazen lokken huurders met een nieuw behangetje of een voor-raadje kolen (voor de kachel). In de loop der jaren wonen ze in de Cartesiusstraat (1913), de Sneeuwbalstraat (1920), de Scholstraat op Scheveningen (1922), de Celebesstraat (1923), de Ieplaan (1925), de Goudenregenstraat (1931) en de Noordwijkselaan op Kijkduin (1936), allemaal in Den Haag met één uitstapje naar Rijswijk (Ieplaan). Het is overigens niet uitgesloten dat sommige verhuizingen worden inge-geven door zijn allengs beter wordende positie op de maatschap-pelijke ladder.

Op zeker moment verwerft Dré, zoals hij door zijn vrouw genoemd wordt, de status van ambtenaar bij de gemeente 's-Gravenhage. Hij is daar als klerk werkzaam bij de Sociale Dienst. Daarnaast, soms qua-litate qua, is hij aktief in het jongerenwerk.
Er zijn vage verhalen dat hij, voordat hij ambtenaar wordt, bij een notaris werkzaam is geweest.

In de periode 1921-1923 worden de zogenoemde controlewoningen gebouwd aan de Fruitweg. Tot 1938 worden hier asociale gezinnen onder toezicht geplaatst om heropgevoed te worden. De herop-voeding houdt ook in dat er een verplicht tweewekelijks bezoek aan het badhuis moet worden gebracht. Bezoekers van de controle-woningen moeten zich bij een toezichthouder melden.
De woningen liggen aan de toenmalige rand van de Haagse bebouwde kom, achter de Parallelweg. Andreas treedt, als ambtenaar van de Sociale Dienst, op als directeur van deze woningen. Hij kan daar smakelijk over vertellen bv. over de keer dat een woedende bewoner tijdens het spreekuur een indrukwekkend mes met kracht in het blad van zijn bureau steekt.
In de Haagse telefoongids van 1927 staat Andreas genoemd als "Dir. Controle Woningen". Hij is bereikbaar onder telefoonnummer 18068. Het hebben van een telefoon moet in die dagen toch nog wel als een bijzonderheid zijn gezien.

Het gezin Miebies-Bakker op 15-8-1938 bij het zilveren huwelijksjubileum. Locatie: het huis in Kijkduin.
Staand v.l.n.r. Cornelis Johannes (Kees), Andreas (Dré), Johannes Cornelis (Jan), zittend v.l.n.r. Piet, Lena, Willemina Maria (Miep)

Op 30-9-1924 doet hij het woord bij een afscheid van een CJMV-er. De CJMV was de Christelijke Jonge Mannen Vereniging. Op 14-2-1931 treedt hij op als afgevaardigde van het CJMV-bestuur. In 1934 is hij algeheel leider van de CJMV in Den Haag. Ook zijn jongste zoon Piet (1924-2001) was een zeer gewaardeerd lid van deze organisatie.

Op 15-5-1926 wordt hij lid van een voorlopig comite voor de op-richting van een doorgangshuis voor jongens. Het zou moeten komen bij het politiebureau aan de Riviervischmarkt en o.a. mogelijkheden geven om te kunnen sjoelbakken, dammen, schaken en timmeren...

Als directeur van de controlewoningen, wordt hij op 4 februari 1927 lid van een comite voor sociaal werk onder de kinderen der controlewoningen.

Op 28 april 1927 wordt hij als bestuurslid gekozen van de vereniging Pro Juventute. Die vereniging(en), eind negentiende eeuw opgericht en gefinancierd door particulieren, had(den) als doel de jeugd-criminaliteit te bestrijden. Leden van de verenigingen verleenden rechtsbijstand aan delinquente kinderen en hulp aan de ouders van deze kinderen. Het zijn de eerste instellingen voor (gezins-)voogdij en organisaties voor vrijwillige ambulante jeugdzorg. Hij wordt als bestuurslid herkozen op 21-5-1930 en treedt op 57-jarige leeftijd op 19-4-1939 af.

Vermoedelijk rond midden 1928 krijgt hij ontslag als directeur van de controlewoningen en is hij zo'n driekwart jaar werkloos. Daarna, op 23 maart 1929, midden in de crisis, wordt hij benoemd tot "leider eener niet-vakafdeeling bij de Gemeentelijke Arbeidsbeurs".

In 1930 heeft hij weer een andere functie. Als "leider der afd. Jeugdbemiddeling van de Gemeentelijke Arbeidsbeurs" houdt Andreas op 21 januari een toespraak voor de onderofficiers-vereniging Ons Belang met als onderwerp "Typen uit den zelfkant der Maatschappij". Hier put hij kennelijk uit zijn ervaringen opgedaan als directeur van de controlewoningen.

Op en na 10 mei 1940 breken er gevechten uit op het nabij Kijkduin gelegen vliegveld Ockenburg. Duitse jagers voeren beschietingen uit, kennelijk niet al te nauwkeurig want Andreas vindt een kogel in zijn hoofdkussen! Of die er tijdens zijn slaap in terecht is gekomen, is niet duidelijk.
Op 1 mei 1942 wordt de kuststrook, dus ook Kijkduin, tot spergebied verklaard. De bewoners van de Noordwijkselaan dienen dus elders hun heil (sic) te zoeken. Dat heil vinden ze in de vruchtenbuurt, op een bovenhuis in de Sinaasappelstraat.

Zo'n drie weken na het eind van de oorlog, krijgen Andreas en zijn vrouw het bericht dat hun oudste zoon Johannes Cornelis (*1914), heel kort voor de bevrijding voor het vuurpeloton is gevallen.

Als kleinkind van Andreas heb ik weinig zij het goede herinneringen aan hem. Hij vermaakte mijn broertje en mij altijd met allerlei goocheltrucs.

Zijn laatste dagen heeft hij, samen met zijn vrouw, doorgebracht in het gemeentelijk bejaardenhuis aan de Morsestraat. Zijn tweede zoon, Cornelis Johannes (1916-1996), ook werkzaam bij de Haagse Sociale Dienst, is daar dan de directeur.
Hij (Andreas) is overleden op 22 december 1957 en begraven op 27e d.o.v. op de Alg. Begraafplaats 'Westduin' aan de toenmalige Kijkduinsestraat (nu: Ockenburghstraat) te Loosduinen. Het graf, waar sinds 3 januari 1959 ook zijn vrouw ligt, is daar nog steeds.

Deze biografie is eerder gepubliceerd en wel op 19 maart 2011 op de website van de NGV.

3 comments:

aussie said...

Mijn grootvader was een maand ouder dan die van jou.
Mijn overgrootvader woonde in de jaren 20 ook in den Haag op de Laan van Meerdervoort 348. Zijn telefoonnummer was H 3228, hetgeen een veel lager nummer is dan wat jouw Opa had. Het aantal abonnees is dus stadig gestegen in die jaren.

Peter said...

Er was misschien nog wel een verschil. Wanneer je toen thuis al telefoon had, was je echt een grote mijnheer :-) Van mijn opa was het een zakelijk nummer. In ieder geval woonde jouw overgrootvader ook op stand want zoals je weet ben ik daar ook geboren :) (op #661, da's wat verder richting Meer en Bos.)

@genealogiebos said...

Je noemt terloops dat de oudste zoon werd gefusilleerd door de Nazi's. Wat voor verhaal zit daar achter? Dat is toch heel erg geweest voor dat gezin. Verder een mooi verhaal.

LinkWithin

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...